Kromme Rijn Heuvelrug

U heeft spaargeld en wilt ook een beroep op de bijstand doen?

De officiële tekst met betrekking tot bijstand, luidt:

"U heeft recht op bijstand als u voldoet aan de voorwaarden.
En niet genoeg inkomen of vermogen heeft om in uw levensonderhoud te voorzien.
En ook niet in aanmerking komt voor een andere uitkering.

Voorwaarden bijstand
U heeft recht op bijstand als u voldoet aan de volgende voorwaarden.

  • U woont rechtmatig in Nederland.
  • U bent 18 jaar of ouder.
  • U heeft niet genoeg inkomen of eigen vermogen om in uw levensonderhoud te voorzien. Woont u samen met uw echtgenoot of voert u een gezamelijke huishouding met iemand? Dan telt het inkomen en het eigen vermogen van deze persoon mee.
  • U kunt geen beroep doen op een andere uitkering.
  • U zit niet in de gevangenis of een huis van bewaring.
  • U doet mee aan activiteiten die uw gemeente u aanbiedt om werk te vinden. 

Vermogenstoets bijstand
Om te bepalen of u recht heeft op bijstand bekijkt uw gemeente of u niet te veel vermogen bezit. Zoals spaargeld. Heeft u meer vermogen dan toegestaan? Dan kunt u hiermee in uw levensonderhoud voorzien. En heeft u geen recht op bijstand totdat u dit geld heeft opgemaakt. Het bedrag dat u maximaal aan vermogen mag bezitten is afhankelijk van uw leefsituatie.

Tabel: Vermogensgrens bijstand 2015

Leefsituatie

Maximaal toegestaan vermogen

Gezamenlijke huishouding

€ 11.790

Alleenstaande ouder

€ 11.790

Alleenstaande

€ 5.895

Heeft u een eigen huis?
Een eigen huis wordt gezien als een onderdeel van uw vermogen. Uw gemeente zal dan ook beoordelen hoeveel vermogen er in uw woning zit. Uw gemeente kijkt hierbij naar de overwaarde van uw huis. Dit is de huidige waarde van uw huis minus de nog niet afgeloste hypotheek. Lees meer over recht op bijstand met een eigen huis."

Aldus de website van Rijksoverheid.nl. Als u dus meer spaargeld, lees vermogen, heeft dan hierboven aangeduid, komt u dus niet zomaar in aanmerking voor bijstand.
Tot voor kort was het in de gemeente Zeist voor aanvragers onduidelijk wat de voorwaarden en het beleid van de RSD waren mbt. spaargeld of eigen vermogen. Gelukkig is daar recent meer duidelijkheid over geschapen dmv. een memo waar wij als regionale cliëntenraad inzage in kregen. (Om privacyredenen zijn wat gegevens gewist.)

Dit memo begint als volgt:
"Jaarlijks ontvangt de RSD zo’n 20 aanvragen om bijstand, waarbij het vermogen van de aanvrager meer bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrens. Wanneer de van toepassing zijnde vermogensgrens wordt overschreden, bestaat er geen recht op algemene bijstand.
Wanneer het bedrag van het vermogen de vermogensgrens overschrijdt, zal hierop "ingeteerd" moeten worden. Cliënten met teveel vermogen moeten eerst het meerdere aanwenden om zelf in hun bestaanskosten te voorzien voordat er recht op algemene bijstand bestaat.
Hoe er wordt ingeteerd, behoort tot de verantwoordelijkheid van de cliënt. De RSD moet volstaan met het afwijzen van de (aanvraag om) algemene bijstand, danwel niet innemen van de aanvraag.

Toelichting
Interen op vermogen
Wanneer het bedrag van het vermogen de vermogensgrens overschrijdt, zal hierop "ingeteerd" moeten worden. Cliënten met teveel vermogen moeten eerst het meerdere aanwenden om zelf in hun bestaanskosten te voorzien voordat er recht op algemene bijstand bestaat.
Interingsnorm
Wanneer na intering op het vermogen opnieuw een aanvraag om algemene bijstand wordt gedaan, moet de RSD beoordelen of het interen op een voor de WWB aanvaardbare wijze heeft plaatsgevonden. De WWB geeft zelf geen norm hiervoor. De RSD heeft in het verleden een interingsnorm van 1,5 maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm vastgesteld. Deze norm wordt ook in de jurisprudentie acceptabel geacht. De interingsnorm kan onder omstandigheden nog worden verhoogd in verband met hoge woonkosten, woonkosten die boven de maximale huursubsidiegrens liggen. Daarnaast kan er reden zijn om het in te teren vermogen lager vast te stellen als gevolg van substantiële noodzakelijke uitgaven.

Gevolgen te snel interen
Wordt de interingsnorm overschreden dan kan daardoor blijk zijn gegeven van een tekortschietend besef van de verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. De RSD kan hier op reageren door middel van:
1.    Het verlenen van bijstand bij wijze van geldlening.
2.    Het verlagen van de bijstand met toepassing van de afstemmingsverordening.
1.    Verlenen van bijstand bij wijze van geldlening
Op grond van artikel 48 lid 2 onderdeel b WWB kan de RSD de bijstand in de vorm van een geldlening of borgtocht verstrekken indien de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Het te snel interen van vermogen is een omstandigheid waarin de cliënt door eigen toedoen eerder een beroep op de bijstand moet doen.
De RSD heeft beoordelingsvrijheid met betrekking tot de periode waarover met toepassing van artikel 48 lid 2 onderdeel b WWB leenbijstand wordt verstrekt. Op grond van artikel 48 lid 2 onderdeel b WWB kan de RSD de totale bijstand die wordt verleend tot het moment waarop een cliënt een beroep op bijstand zou hebben gedaan als hij niet tekort zou zijn geschoten in zijn besef van verantwoordelijkheid, verstrekken als een lening.
2.    Het verlagen van de bijstand met toepassing van de afstemmingsverordening
De RSD kan ook bij een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in combinatie met of als alternatief voor het geheel of gedeeltelijk verlenen van de bijstand in de vorm van een geldlening, de bijstand verlagen met toepassing van de maatregelenverordening. De maatregelenverordening kent hiervoor een maatregel uit de vierde categorie en bedraagt 100% gedurende 1 maand.
Als de RSD besluit beide sancties op te leggen (leenbijstand én verlaging) moet wel voldoende acht geslagen worden op het totale effect hiervan voor de bijstandsgerechtigde. Het mag niet zo zijn dat het totale effect van en het verlening van bijstand als lening en het opleggen van een maatregel meer bedraagt dat de periode waarover de cliënt eerder bijstand ontvangt……"

Kort door de bocht komt het erop neer, dat iedereen die meer spaargeld heeft dan toegestaan, dit eerst moet opmaken voordat hij of zij een beroep kan doen op bijstand.
Maar er staat ook wat de RSD doet als iemand te snel "ingeteerd" heeft. En helderheid over dat laatste juichen wij toe omdat cliënten nu tenminste weten waar ze aan toe.
Uiteraard hebben wij ook een reactie verzonden naar de RSD KRH. Die reactie kunt u hier lezen.

En zoals het hoort, heeft de RSD daarop een antwoord gegeven, dat u hier kunt lezen.