Kromme Rijn Heuvelrug

“LCR-voorzitter Gerrit van der Meer: Wat werkt?” (als het gaat om bijstand)

Deze column van Gerrit gaat deze over de afname van het aantal mensen in de Bijstand. Dat is opmerkelijk. Vooral bij gemeenten waar de afname nog duidelijker is waar te nemen. Het geheim? Communicatie met mensen zelf. Wat vinden zij belangrijk? Wat willen zij? Luisteren naar mensen zelf. De LCR roept het al jaren en de praktijk laat nu de resultaten zien.

Het CBS heeft de cijfers van 2017 over de Bijstand gepubliceerd. Divosa (Vereniging van managers in het sociaal domein) besteedt daar in de nieuwsbrief en op de site veel aandacht aan. Het aantal mensen in de Bijstand is vorig jaar met 1,4 procent gedaald. Dat is misschien niet heel indrukwekkend, maar het is voor het eerst sinds jaren dat er sprake is van een daling. Dat is goed nieuws maar daar staat nog wel slecht nieuws tegenover: er kwamen in 2017 veel ‘statushouders’ (vluchtelingen met een verblijfsvergunning) en ook veel jonggehandicapten met een bijstandsuitkering bij. Dat laatste is een trend sinds de Wajong werd gesloten voor mensen met een beperking én gedeeltelijk arbeidsvermogen. Er staan nog veel meer cijfers in de publicatie van Divosa, maar belangrijker is het om te kijken naar ‘het verhaal achter de cijfers’ stelt Divosa terecht.

In enkele gemeenten is de daling van het aantal mensen in de Bijstand veel groter dan die 1,4 procent. Hoe komt dat? Of, anders gezegd: wat doen die gemeenten dan beter? Divosa voert Veenendaal op als één van de goede voorbeelden.

Twee opvallende dingen in het verhaal van Veenendaal: de ondersteuning aan cliënten is écht integraal gemaakt en het startpunt van de ondersteuning ligt bij de cliënt en niet bij de wetten en regels, procedures en werkinstructies. Daar zijn ze in Veenendaal al mee begonnen voordat de Partcipatiewet in werking trad. Veenendaal heeft jobmatchers in dienst. Die kennen alle kandidaten persoonlijk. Dát werkt!

Met dezelfde intentie, kijken wat wel en niet werkt, heeft hoogleraar arbeidsdeskundigheid Roland Blonk samen met de gemeente Amersfoort tien wetenschappelijke principes ontwikkeld. Hieraan kunnen professionals hun re-integratie activiteiten toetsen. Twee van die tien principes: ‘maatwerk leveren’ en ‘de cliënt bepaalt zelf waar hij naartoe wil’. In een traject met de titel Gewogen Maatwerk werden alle re-integratie activiteiten van de gemeente heel kritisch onder de loep genomen. Vragen daarbij waren: wat gebeurt er allemaal, wat is de inbreng van de cliënt zelf, welke instrumenten worden ingezet en waarom en hoe lang ga je daarmee door? Aan cliënten werd consequent gevraagd wat voor hen het resultaat van elke stap was. Daarbij werd doorgevraagd of dit nu wel echt de juiste stap was en volgde een toetsing aan eerder gepubliceerde wetenschappelijke inzichten.

Van alle principes zou je kunnen zeggen ‘dat had ik ook kunnen bedenken’ want de herkenbaarheid is groot. Een deel heb ik in onze eigen raadsvergaderingen al eerder gehoord, bijvoorbeeld het principe dat mensen een stabiele situatie (bestaanszekerheid, financiën onder controle, dak boven het hoofd) nodig hebben om te kunnen beginnen met het zoeken naar werk. Het sterke van het traject Gewogen Maatwerk is dat deze principes wetenschappelijk zijn onderbouwd, dat ze in de praktijk zijn getoetst en dat ze zo goed zijn omschreven, dat ze ook voor anderen prima bruikbaar zijn.

De twee hiervoor genoemde gemeenten, Veenendaal en Amersfoort, vertonen grote overeenkomsten. Dat kan geen toeval zijn en dat is het dus ook niet. De kern is en blijft wat we als LCR al jaren bepleiten: bepaal niet als professional wat goed is voor de cliënt, maar vraag het de cliënt zelf. En kijk niet naar de kenmerken van een cliënt, maar kijk naar de mens.